EVA WAS EERST De allegorie van de grot - Plato
De echte tragedie in het leven is voor wie bang is van het licht ... (Plato)

 

 

 

Het Witte Licht: De allegorie van de grot

 

 

Socrates en Plato - wier kennis afkomstig was van de Egyptische priesters - zagen 'Het Witte Licht' als onderkomen voor de ziel in het hiernamaals.

 

De allegorie van de grot kort samengevat (de tekst werd door Plato geschreven als een dialoog tussen Socrates en zijn leerling Glaukoon):

 

Stel je een grot voor waarin mensen sinds hun geboorte vastgeketend zitten. Ze kunnen hun hoofd niet bewegen, waardoor ze hun blik enkel naar voor kunnen richten. Wat ze niet weten, is dat achter hun rug beelden worden geprojecteerd op de muur vóór hen. Alles wat ze te zien krijgen, is voor hen de enige werkelijkheid. Op een bepaald ogenblik kan een gevangene zich bevrijden. Hij verlaat de grot en komt terecht in het verblindend licht van de zon. Hij merkt dat de zon de bron is van alle schaduwen die hij heeft gekend.

 

[De zon speelt hier bijlange niet de heldenrol die velen haar toeschrijven.]

 

Pas als hij gewend raakt aan de zon kan hij het andere licht zien. Het is het hemelse licht dat gevoed wordt door 'het goede' in de mens en de échte werkelijkheid weerspiegelt.

 

['In de zichtbare wereld brengt het goede het licht voort.' Over welk 'licht' heeft Plato (eigenlijk Socrates) het? Bedoelt hij 'inzicht'? Of is er letterlijk 'licht' mee gemoeid? Alleszins gaat het over de schijnwereld van het aardse bestaan en de echte wereld in het hiernamaals. Tijdens het aardse leven kunnen we maar een glimp opvangen van wat ons in het hiernamaals te wachten staat. Die glimp (= het goede) zit diep verscholen in de mens. Of om het in een vergelijking uit te drukken: God = goed = licht = hiernamaals. Plato dacht blijkbaar zo het zijne van de Griekse goden, maar wist al te goed dat hij daarover geen open kaart kon spelen. Zijdelings laat hij ons weten dat het licht werkelijk bestaat, en dat het wordt gevoed door de zuivere zielen van overledenen. Toevallig de kern van wat de Egyptische priesters ons hebben nagelaten.]

 

De ex-gevangene beseft dat terugkeren naar de grot en de waarheid verkondigen, geen zin heeft. De gevangenen zullen hem niet geloven. Onder impuls van hun leiders - die in de valse werkelijkheid bij hun medegevangenen aanzien hebben verworven - zullen ze hem uitstoten.

 

De grot kunnen we zien als het lichaam waarin de ziel zit opgesloten. Sterft de mens dan wordt zijn ziel bevrijd en komt ze terecht in een hemels licht, dat 'zuiver' en 'goed' is.

 

De allegorie van de grot toont aan dat Plato inzag dat hij zijn kennis onmogelijk op een normale manier kon doorgeven. De Griekse goden moesten in hun eer worden gelaten, want gezagdragers aarzelden niet te doden in naam van de goden. Plato nam daarom zijn toevlucht tot beeldspraak. En hij heeft het sluw aan boord gelegd, want hij werd (wellicht) niet ter dood gebracht. Laat ons echter aannemen dat hij ook wat geluk heeft gehad, want zijn mening over de gezagdragers liet weinig aan de verbeelding over.

 

[Plato wist van het bestaan van de 'andere dimensie', de subatomaire wereld van de ziel, waar men vandaag zo mee worstelt. (De film 'The Matrix' is niet voor niets gebaseerd op Plato.) Die andere dimensie was alleen weggelegd voor de menselijke ziel. Dieren hadden volgens hem weliswaar een ziel, maar ze was inferieur. Enkel de ziel van de mens kwam bij de dood los van het lichaam.]

 

Dat er op het moment van de dood een mysterieuze 'passage' moet zijn waarbij de ziel soms nog in staat is om terug te keren, zal blijken uit een volgende rubriek.

 

 

Update: januari 2012

volgende, klik hier

Tip: als u op het gewone internetpijltje 'vorige pagina' klikt, komt u op de juiste plaats in het overzicht terecht in plaats van bovenaan.