Bloedgroep en rhesusfactor
De mens kent net als de zoogdieren verschillende bloedgroepen. Die bloedgroepen worden bepaald door de eiwitten die zich bevinden op het oppervlak van de rode bloedcellen. Daarnaast is er bij de mens ook sprake van een rhesusfactor (RH). Deze kan positief of negatief zijn. Zo is de rhesusfactor positief als blijkt dat op het oppervlak van de rode bloedcellen een bepaald antigen voorkomt. Komt dit antigen er niet op voor dan is de rhesusfactor negatief. Het al dan niet voorkomen van dat antigen is afhankelijk van twee genen. De persoon die geen enkele van de actieve genen heeft, is RH-. Deze bij wie beide of slechts één van de genen actief is, is RH+.
Bij rhesusaapjes ontdekte men voor het eerst het bestaan van een
rhesusfactor. De aapjes zijn allemaal rhesuspositief. En eigenlijk lijkt het er sterk op dat er simpelweg geen dieren
zijn waarbij men kan spreken van een negatieve rhesusfactor.
Daar komt nog een merkwaardig fenomeen bij. Als een RH- moeder bij de bevalling in contact komt met het bloed van haar RH+ kind, begint ze antistoffen aan te maken, waardoor een volgend RH+ kind zal worden afgestoten. Het is alsof het lichaam van de moeder het kind als een vreemd wezen beschouwt dat moet worden vernietigd. En dat is iets wat op aarde normaal gezien niet voorkomt.
***
Om het enigszins duidelijker te maken volgt hierna een schematische voorstelling. Het fenomeen van de 'botsende rhesusfactors' doet zich enkel voor als de moeder RH- is, dus als de moeder in het bezit is van twee passieve genen (= rr). Daarom wordt hieronder enkel de RH- moeder in aanmerking genomen.
Stel: ‘R’ is het actieve gen en ‘r’ het passieve. R is dominant over r. Rhesusnegatief is men als geen enkel van de twee genen actief is (rr). Rhesuspositief is men als één van de twee genen actief is of uiteraard als ze allebei actief zijn (rR of RR). Het kind krijgt steeds één gen van de moeder en één gen van de vader.
Moeder (rr) + vader (RR) → kind (rR)
Is de moeder volledig RH- en de vader volledig RH+ dan zal het kind altijd RH+ zijn. Met één actief gen is het kind steeds rhesuspositief.
Moeder (rr) + vader (Rr) → kind (rR of rr)
Is de moeder volledig RH- en de vader
RH+ met slechts één
actief gen dan is het kind ofwel RH+ met slechts één actief gen
of het is RH- (steeds twee
passieve genen) .
Moeder (rr) + vader (rr) → kind (rr)
Is de moeder volledig RH- en de vader
ook, dan is het kind steeds RH- .
***
Nu is het zo dat ongeveer 85 procent van de mensen over de hele wereld RH+ is. Dus 15 procent is RH-. Toch is bloedgroep O-negatief het enige bloed dat het afweersysteem van elke mens op aarde herkent. O-negatieve mensen zijn dan ook de enige universele bloeddonoren. Een aanwijzing dat één van onze eerste voorouders O-negatief bloed had.
Het feit dat vandaag de meeste rhesusnegatieve mensen leven in de streek waar de eerste grotschilderingen werden ontdekt, is wellicht geen toeval. De hypothese dat de rhesusnegatieve Cro Magnon zich van 32.000 jaar geleden tot zowat 12.000 jaar geleden kruiste met de (niet gemuteerde) Homo Sapiens en tegelijk ook verder afgelegen oorden ging opzoeken, kan de verklaring zijn waarom het rhesusnegatieve bloed afneemt met de afstand die bepaalde bevolkingsgroepen zijn verwijderd van de woonplaats van de eerste Cro Magnon.
In de rand hiervan kan men tevens veronderstellen dat de bevolkingsaangroei van de Cro Magnon in eerste instantie niet spectaculair kan zijn geweest, aangezien botsende rhesusfactors een snelle voortplanting in de weg staan.
volgende, klik hier
Tip: als u op het gewone internetpijltje 'vorige pagina' klikt, komt u op de juiste plaats in het overzicht terecht in plaats van bovenaan.