De maan, een zee van stilte
De maan is ongeveer 384.000 km
van ons verwijderd. Ze heeft een diameter van 3476 km en de zwaartekracht is er
17 keer kleiner dan op aarde.
Los van de militaire perspectieven
prezen alle geleerden in de jaren 60 haar
enorme mogelijkheden. Een reusachtig vacuüm, een
luxe waar men op aarde enkel kon van dromen, een uitgelezen plaats voor de
bestudering van het heelal, voor onderzoek naar nieuwe medicijnen, lancering
van reusachtige ruimteschepen, ontginning van grondstoffen ...
de maan zou zelfs meehelpen om de toen al aanstormende milieuproblematiek het hoofd te bieden.
Niet dat men al direct de grote kolonisatie wou verwezenlijken, maar
een maanbasis moest dienen als
tijdelijke verblijfplaats van personeel en lancering van grondstoffen nodig voor de uitbouw
van - onder meer - krachtcentrales in de ruimte tussen aarde en maan.
Door de geringe zwaartekracht van de maan is er nu eenmaal veel
minder energie nodig voor een lancering van personeel en
grondstoffen. Het grootste obstakel voor ruimtereizen: ontsnappen aan de zwaartekracht
van de aarde, behoorde ei zo na tot het verleden.
En eenmaal gelanceerd van op de maan, gaat
het richting aarde, als gevolg van die zwaartekracht, vanzelf.
Overigens moest de maan
als tussenstation fungeren voor een verdere verkenning van de ruimte. De plannen voor
de reizen naar Mars lagen klaar.
Studies zochten en vonden oplossingen voor problemen die water- lucht-
en voedselvoorziening met zich meebrachten.
Hetzelfde gold voor de extreme temperatuurschommelingen en straling.
Jaren vóór de eerste bemande vlucht lieten de machtigste politieke leiders
en wetenschappers er geen twijfel over bestaan: 'Binnen 10 tot 15 jaar is er
een permanent bewoonde maanbasis.' Iedereen was het erover eens: Het Apollo
project leidde een nieuw tijdperk in.
Op 20 juli 1969 landde Apollo 11,
met aan boord Neil Armstrong en Buzz Aldrin op de maan. Armstrong sprak er de gevleugelde woorden:
‘Dit is een kleine stap voor een mens maar een reuzensprong (giant leap) voor de mensheid’.
Het Apollo programma resulteerde
in zes bemande missies.
Die plots eindigden in 1972.
Een project dat miljarden
had gekost met gedetailleerde en realistische toekomstplannen werd een megasucces dat de
stoutste verwachtingen overtrof. En toch werd het stopgezet.
Het was te duur en te gevaarlijk. Bovendien ging het enkel om prestige.
De tegenstrijdigheid met alles wat er voorheen was gezegd en gedaan, kon niet groter zijn.